Tijdens de bezetting

Omslag programmaboekje  Koninklijk Theater Carré Amsterdam door Roland | R.A.B.A.G. (was in omloop gedurende de bezettingsjaren)

Omslag programmaboekje  Koninklijk Theater Carré Amsterdam door Roland | R.A.B.A.G.

 

Op 4 april ’43 kreeg het gezin hun derde en tevens laatste kind Ilona, mijn moeder. Zij is vernoemd naar de moeder van László. 

 

In diezelfde maand april bood László onderdak aan een Jodin, Liselotte Stiebl (of Stiebel), die zich daar ruim een jaar heeft kunnen schuilhouden. Zoals Gertrud later omschreef, bood haar man onderdak. De man had het natuurlijk voor het zeggen thuis in die tijd.

 

László gebruikte zijn artiestennaam Roland als schuilnaam bij het verzet, als zijnde contactpersoon voor mensen die moesten onderduiken. Hij was toen werkzaam en te vinden bij de Amsterdamse bioscopen, zo verklaarde Gertrud later in een brief aan instanties. 

 

László′s laatste grote opdracht was voor de nog zeer jonge uitgeverij Arti te Alkmaar. Het bedrijf bestaat nog steeds. De opdracht betrof een 32 pagina’s tellend klein boekje met als titel: Zo teken je portretten. Rijk geïllustreerd, met een harde kaft en vermoedelijk uitgegeven eind ’43, begin ’44. Destijds tekenleraar op de middelbare school, Henk Schuijt, afgestudeerd op de kunstacademie te Den Haag voor de lerarenopleiding, richtte in ’37 uitgeverij Arti op. Tijdens de oorlog bleef de uitgeverij actief mede dankzij de bezetter die kunst uitingen stimuleerde. Er was daar ook zeker een markt voor omdat de mensen niet veel om handen hadden in die tijd. De serie "Zo.. " werd in 7 delen uitgebracht waarvan het boekje van László, de derde was in de rij. 

 

Mogelijke heeft de eerste ontmoeting met Schuijt plaatsgevonden voor de ingang van de Bijenkorf te Amsterdam. Schuijt was in die tijd bezig met een boek te maken met chef-decoratie meester van de Bijenkorf, Lex Metz. De titel van dat 54 pagina’s tellende boekje was “Letter Teekenen”. Jaar van uitgave 1944. En het was László die in die periode regelmatig bij de ingang van de Bijenkorf stond om portret te tekenen. Uit de samenwerking met de heer Schuijt vloeide vermoedelijk een persoonlijk contact voort. Een voorbeeld daarvan waren 4 olieverf schilderijen waarop de portretten van de 4 zoons van Henk Schuijt waren afgebeeld. De jongste zoon, de heer Jochem Schuijt, die de uitgeverij heeft overgenomen van zijn vader, vertelt dat de portretten nog steeds in familiebezit zijn.

 

Een vooruitblik op wat nog komen gaat, zijn er redenen geweest voor de autoriteiten vlak na de oorlog, Gertrud en László te beschouwen als collaborateurs vanwege hun arbeidsverleden voor de Duitse bezetter. Naast het portretteren van Duitse militairen in kazernes en in de Stadtschänke op het Leidseplein, heeft László billboards gemaakt voor S.S. Sportfeesten in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Ook maakte hij tekeningen voor het blad van de Nieuw Economische groep voor Nederland en koloniën. Tevens zijn werkzaamheden bij de bioscopen in Amsterdam, toen deze werden ingezet voor het verspreiden van Duitse propaganda. Gertrud heeft enige tijd gewerkt voor de S.D. als stenotypiste.

 

Samengevat, beiden zijn tijdens de bezetting actief gebleven op de arbeidsmarkt, gebruik makende van hun talenten op gebied van werk, als mede natuurlijk de perfecte beheersing van de Duitse taal. Hierbij opgemerkt dat László als Hongaar, perfect Duits sprak en schreef.