De arrestatie

Op zaterdagmorgen 3 juni 1944 werd László opgepakt samen met de ondergedoken Liselotte. László werd gearresteerd wegens ‘Judenbegunstigung’. Gertrud zou evenwel worden gearresteerd als zij geen kinderen zou hebben gehad. 

 

Na een maand te zijn opgelsoten in politieburo aan de Euterpenstraat te Amsterdam, werd László op 6 juli ’44 als Schutzhäftling met kampnr.10531 afgevoerd  naar kamp Vught. Wat er met Liselotte is gebeurd is thans onbekend maar is vermoedelijk via Westerbork afgevoerd richting de concentratiekampen. 

 

In kamp Vught is László een aantal keren in de ziekenbarak opgenomen geweest. Eenmaal vanwege zijn Lumbago, een andere keer moest er een chirurchische ingreep plaatsvinden aan zijn voet. Ook heeft hij de de tandarts moeten bezoeken. Hiervoor werd de rekening gestuurd aan Gertrud voor een bedrag van maarliefst ƒ 94,50 (nu € 569,99)

 

Er is een brief bewaard gebleven die László heeft verzonden uit kamp Vught (Mijn vrouw is momenteel aan het vertalen vanuit het Duits naar het Engels). Ook zijn er 3 kamptekeningen annex spotprenten en vermoedelijk een zelfportret  bewaard gebleven (zie tab Documentatie).

 

Op Dolle Dinsdag werd László afgevoerd naar kamp Sachsenhausen waar hij werd gerigistreerd op 8 september '44 als zijnde Hongaar, beroep kunstschilder. Hij werd ondergebracht in KL. Shn. 11, Häftling-nr. 098 781 en ingezet als Hilfarbeiter 790 (zie kampkaart).

 

Volgens officiële bronnen is László vermoedelijk op het laatste transport uit Sachsenhausen, februari '45 uiteindelijk overgebracht naar kamp Bergen-Belsen. Stichting 1940/45 bevestigt middels een schrijven dat hij aldaar een maand later is overleden op 26 maart 1945 om 7 uur 's ochtends aan de gevolgen van vlektyfus. 

 

Vanwege de arrestatie op 3 september, in combinatie met de daarop volgende beruchte hongerwinter van '44, werden de twee zonen naar zeggen, ondergebracht in de povincie Groningen. Ze verbleven daar op elk op een ander adres. Ze waren niet ondergedoken maar hoogstwaarschijnlijk hadden de jongens daar de meeste kans om te worden gevoed. Een van hen werd opgevangen in Boertange. Gertrud moest haar dochtertje thuis verzorgen omdat zij leed aan honger oedeem.

 

De twee zoons zijn samen te voet naar huis gekomen, de voeten kapot, zoals mijn moeder het heeft omschreven. Het waren vooral kinderen die er op uit werden gestuurd tijdens de hongerwinter om voedsel te gaan halen in het oosten van het land. Tal van kinderen hebben deze tochten in de strenge winter niet overleefd.